Wat is de huidige situatie t.a.v. ‘centrale bediening’ door decentrale weg- en stadsbeheerders?

In Nederland voeren decentrale overheden momenteel vanuit ruim 150 locaties centrale bediening uit. Dit omvat bewaking en bediening van tunnels, bediening (op afstand) van bruggen en sluizen, centrale (regionale) inzet van verkeersmanagement, centrale monitoring en aansturing van stadstoegang en -beheer (veelal cameratoezicht centrales genoemd). En daarnaast ook centrale bediening t.b.v. monitoring en inzet van hulpdiensten en openbaar vervoer. In het programma iCentrale beschouwen we de als eerste genoemde domeinen. De overige domeinen, hulpdiensten en openbaar vervoer, worden waar zinvol genoemd maar niet geadresseerd (passieve scope).

Wat is de aanleiding voor en het doel van een gezamenlijk publiek-private programma?

In Nederland voeren decentrale overheden (weg- en stadsbeheerders) momenteel vanuit ruim 150 locaties centrale bediening uit. Dit omvat bewaking en bediening van tunnels, bediening (op afstand) van bruggen en sluizen, centrale (regionale) inzet van verkeersmanagement, centrale monitoring en aansturing van stadstoegang en -beheer (veelal cameratoezicht centrales genoemd).

 

Benadrukt wordt dat niet ál het bovenstaande geldt voor álle centrale bediening door álle decentrale overheden, maar het is onmiskenbaar wel de grote lijn. Het is overigens logisch verklaarbaar dat dit op deze wijze de afgelopen jaren zo is ontstaan: overheden pakken veel (nieuwe) taken effectief op, en de taken van decentrale overheden breiden stapsgewijs verder uit waardoor ‘inbreiden’ van een nieuwe taak vaak lastig is qua techniek, gebouw en organisatie.

 

Het breed gedeelde inzicht is dat de bovenbeschreven huidige situatie (veel) effectiever en efficiënter kan. Populair (en te simpel) gezegd is het niet heel efficiënt dat er in Nederland ruim 150 publiek gefinancierde locaties zijn waar een veelvoud aan publieke medewerkers ‘in de wachtstand’ staat totdat hun vaak kortdurende inzet nodig is. Dit breed gedeelde inzicht vormt/de een aanleiding voor het programma.

Wat zijn de baten voor decentrale weg- en stadsbeheerders van dit publiek- private programma (in het kort)?
  1. Beter functionerend netwerk met hogere prestaties.
    Door experts van decentrale overheden is ingeschat dat hun netwerkprestaties met 5-15% kunnen verbeteren door meer integratie van centrale bediening.
  2. Lagere kosten van de assets en betere kosteneffectiviteit van de exploitatie.
    Door experts van decentrale overheden is ingeschat dat hun gezamenlijke kosten voor centrale bediening met 40-60% kunnen worden verlaagd door ‘slimmer combineren’ en slimmere integratie van centrale bediening.
  3. Betere dienstverlening aan mobilisten en burgers.
    Door experts van decentrale overheden is ingeschat dat de dienstverlening aan mobilisten en burgers met 5-15% kan worden verbeterd door meer integratie van centrale bediening.
‘Slim combineren en integreren’ kan dat?

Benadrukt wordt ook dat de afgelopen jaren de eerste stappen om te komen tot meer integratie in centrale bediening al zijn gezet: provincies verzorgen taken voor inliggende gemeenten, weg- en stadsbeheerders in een regio werken samen aan regionaal verkeersmanagement en marktpartijen hebben diensten ontwikkeld die meerdere wegbeheerders afnemen. Het zijn eerste stappen in een transitie die met het publiek-private programma iCentrale wordt nagestreefd. Landelijke toepassing en uitrol vraagt een substantiële gezamenlijk aanpak die de publieke en private partijen met het programma willen zetten en waarvoor zij kunnen voortbouwen op de al gezette eerste stappen.

Wat is een iCentrale?

Onder een iCentrale wordt verstaan de slimme geïntegreerde of gecombineerde uitvoering van operationele en tactische taken van decentrale overheden voor het bewaken en bedienen van domeinen en objecten, met als doel de gezamenlijke structurele kosten voor weg- en stadsbeheerders (sterk) te reduceren en de prestaties in de domeinen en de kwaliteit van dienstverlening aan gebruikers en bewoners te verbeteren.
 
Door het ‘slim integreren en combineren’ van taken voor (1) meerdere domeinen en (2) meerdere klanten bieden private partijen uiteenlopende zelf ontwikkelde iCentrale diensten (volgens een zgn. cafetaria-model) aan. Afhankelijk van de eigen situatie en behoeften kunnen decentrale overheden deze iCentrale diensten afnemen, waardoor een voor hen slimme integratie en combinatie van (3) publieke en private uitvoering van taken ontstaat. Vooralsnog hebben iCentrale diensten betrekking op zes domeinen: brug- en sluisbediening, tunnelbediening en -bewaking, (weg)verkeersmanagement, parkeerbeheer, stadstoezicht en crowd management

Wat verstaan we nu onder een dienst?

Definitie

Onder een propositie hebben we steeds verstaan “de dienst die een private partij zelf ontwikkelt en op dezelfde wijze (dan wel deels toegespitst) aanbiedt aan meerdere decentrale overheden als afnemers van deze dienst”.

 

Aanbieden van een dienst vanuit de private aanbodkant

Het ontwikkelen en aanbieden van een dienst/propositie ontstaat vanuit de private aanbodkant, waarbij een private partij zich gericht oriënteert op mogelijke afnemers en hun wensen en op basis hiervan zelf en op eigen initiatief en risico een dienst ontwikkelt en deze vervolgens aanbiedt, waarbij deze generieke dienst beperkt(er) toegespitst kan worden op de specifieke wensen van de (decentrale) afnemers.

Wat verstaan we onder ‘centrale bediening’?

Onder de term ‘centrale bediening’ wordt verstaan het geheel van personeel, data, informatie, ICT systemen en gebouwen. Voor verreweg de meeste van deze centrale bedieningsactiviteiten geldt dat deze:

  • Publiek zijn gerealiseerd en worden geëxploiteerd, d.w.z. het gebouw, technische systemen, de software en het personeel is in eigendom van of in dienst bij een decentrale overheid;
  • Zijn gericht op één domein, d.w.z. óf bediening en bewaking van tunnels, óf inzet van verkeersmanagement, óf cameratoezicht van de stad, etc.;
  • Zijn gerealiseerd door, en worden ingezet voor één decentrale overheid, d.w.z. door één provincie of één gemeente.

Benadrukt wordt dat niet ál het bovenstaande geldt voor álle centrale bediening door álle decentrale overheden, maar het is onmiskenbaar wel de grote lijn. Het is overigens logisch verklaarbaar dat dit op deze wijze de afgelopen jaren zo is ontstaan: overheden pakken veel (nieuwe) taken effectief op, en de taken van decentrale overheden breiden stapsgewijs verder uit waardoor ‘inbreiden’ van een nieuwe taak vaak lastig is qua techniek, gebouw en organisatie.

Welke zaken zijn er eigenlijk te kiezen voor decentrale weg- en stadsbeheerders?

Als je alles (‘publiek private belangen’) heel plat slaat zijn er 3 dominante keuzerichtingen. In de huidige situatie is er in Nederland een veelheid (ruim 150) aan publieke centrales voor centrale bediening. In tegenstelling tot bij infrastructuur is de levenscyclus (a.g.v. vele vitale ICT-delen) van centrales kort. De aankomende circa 7-8 jaar is voor al deze centrales ingrijpend onderhoud nodig of worden deze centrales vervangen. Op die momenten worden afwegingen voor de uitvoering van deze publieke taken hoofdzakelijk gemaakt o.b.v. drie dominante keuzerichtingen:

  1. Doe ik het zelf, of laat ik het (of delen) aan de markt over;
  2. Richt ik centrale bediening in voor één domein (tunnel, verkeersmanagement, bruggen en sluizen, stadsbeheer, veiligheid), of integreer ik twee of meerdere domeinen;
  3. Organiseer ik het voor mezelf, of organiseer ik het samen met collega weg- en stadsbeheerders, binnen of buiten mijn eigen regio.

Onder invloed van de drie genoemde dominante keuzerichtingen kan een decentrale weg- en stadsbeheerder er overigens voor kiezen om (delen van) taken voor centrale bediening nog steeds zelf uit te voeren, maar dit publiek-private programma zorgt dat er aantrekkelijke private alternatieven zijn. Deze private alternatieven zijn uitgewerkt in de vorm een cafetariamodel, waarbij private partijen zelf diensten aanbieden waaruit decentrale weg- en stadsbeheerders kunnen kiezen o.b.v. eigen wensen en behoeften.

Wat zijn de baten voor decentrale weg- en stadsbeheerders van dit publiek- private programma (meer uitgediept)?

Door meer integratie en een andere wijze van uitvoering worden onderbouwde verbeteringen van de effectiviteit en de efficiëntie van de huidige centrale bediening mogelijk. Deze vormen het doel en de opgave voor het publiek-private programma.

 

1. Beter functionerend netwerk met hogere prestaties.

  1. Afgestemde aansturing en coördinatie van uitvoering op straat, zodat deze elkaar versterken. Bijvoorbeeld brugopeningen afstemmen op verkeersdrukte en aanwezigheid van openbaar vervoer;
  2. Operationele samenwerking, door gezamenlijk het hoofd te bieden aan verstoringen (niet regulier en niet voorspelbaar, incidenten en calamiteiten);
  3. Strategische- en tactische samenwerking, door het maken van integrale (werk)afspraken tussen domeinen en het komen tot (afstemming van) integrale werkprocessen.

Door experts van decentrale overheden is ingeschat dat hun netwerkprestaties met 5-15% kunnen verbeteren door meer integratie van centrale bediening.

 

2. Lagere kosten van de assets en betere kosteneffectiviteit van de exploitatie.

  1. Lagere kosten van de assets. Minder centrales (gebouwen) en minder ‘dubbele voorzieningen’ (inrichting, portier, beveiliging, verwarming etc.). Minder centrale (ICT)systemen (hard- en software). Geconcentreerde organisatieontwikkeling;
  2. Betere kosteneffectiviteit van de exploitatie. Lagere gezamenlijke personeelskosten door slim combineren en integreren van taken en functies. Gezamenlijk minder personeel nodig door centraliseren van taken die nu nog plaatsvinden op meerdere locaties. Minder eigen personeel nodig door meer marktwerking en operationele/laagtactische taken naar de markt te brengen. Gezamenlijk minder ‘vrije exploitatieruimte’ nodig voor het ieder-voor-zich opvangen van piekinzet door slimme wederzijdse inzet en beschikbaarheid;
  3. Geconcentreerde organisatieontwikkeling. Kennis en taakuitvoering (w.o. opleiding, oefenen en trainen) is geconcentreerd en ophanging, aansturing, opleiding en training vindt geconcentreerd plaats (in Nederland, incl. certificering) en niet per organisatieonderdeel of organisatie.

Door experts van decentrale overheden is ingeschat dat hun gezamenlijke kosten voor centrale bediening met 40-60% kunnen worden verlaagd door ‘slimmer combineren’ en slimmere integratie van centrale bediening.

 

3. Betere dienstverlening aan mobilisten en burgers.

  1. Uitbreiding van de dienstverlening aan mobilisten door de bestaande niet-24/7 diensten, zoals verkeersmanagement (op veel locaties is dit nog niet 24/7) en brugbediening, te verbinden met de wettelijk verplichte 24/7 taken van tunnelbediening en –bewaking, of eigen initiatieven van camerabewaking (openbare orde- en veiligheidsvraagstuk). Deze integrale 24/7 dienstverlening aan mobilisten en burgers wordt nú mogelijk zonder (veel) hogere kosten;
  2. Hogere kwaliteit (reistijd) en betrouwbaarheid van de reis, dankzij een beter functionerend netwerk met hogere prestaties (als gevolg van het eerdere punt 1);
  3. Nieuwe diensten aan mobilisten kunnen ontstaan door een afgestemd samenspel met marktpartijen, bijv. door het tijdig en afgestemd op de individuele behoeften geven van informatie en adviezen gebaseerd op beschikbaarheid van bruggen, sluizen en tunnels en ingezette verkeersmanagementmaatregelen. Dit zijn geen kernactiviteiten van wegbeheerders, maar kan wellicht leiden tot commerciële mogelijkheden door marktpartijen voor extra informatie, diensten, kwaliteit, betrouwbaarheid, gemak of ontzorging van (keten)reizigers;
  4. Meer integrale- en afgestemde informatie en dienstverlening aan mobilisten door samenwerking in de gehele verplaatsingsketen. De informatie en dienstverlening is bovendien actueler door de bundeling en concentratie aan de wegbeheerderszijde waardoor ‘tussenstappen’ en afstemming wordt beperkt.

Door experts van decentrale overheden is ingeschat dat de dienstverlening aan mobilisten en burgers met 5-15% kan worden verbeterd door meer integratie van centrale bediening.

Wat willen we bereiken? Een gezamenlijke landelijke publiek-private transitie?

In de routekaart Beter Geïnformeerd Op Weg hebben publieke- en private partijen de overtuiging uitgesproken dat een intensivering en vernieuwing van de samenwerking tussen publieke- en private partijen kansen biedt om mobilisten beter te bedienen en de (publieke) kosten hiervan te verlagen. En dat er een gezamenlijk actieprogramma nodig is om deze verandering te bewerkstelligen. Dit sluit naadloos aan bij de constateringen, de ambitie en de gezamenlijkheid van het programma. Het is dan ook de overtuiging van alle 13 private partijen en alle 6 decentrale overheden als initiatiefnemers van het publiek private programma, dat hiermee substantiële bijdragen worden geleverd aan de doelen en een deel van de landelijke transities in de routekaart Beter Geïnformeerd Op Weg.

Welke bijdragen levert het programma iCentrale aan de doelen van de routekaart Beter Geïnformeerd Op Weg ?

In de routekaart Beter Geïnformeerd Op Weg zijn vier doelen benoemd om te bereiken met het bovenstaande. Ook het programma iCentrale is gericht op deze vier doelen:

  1. Bijdragen aan de doelstellingen voor bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid;
    Het is de onderbouwde ambitie van het programma iCentrale om de netwerkprestaties met 5-15% te verbeteren.
  2. Verbeteren van de dienstverlening naar reizigers;
    Het is de onderbouwde ambitie van het programma iCentrale om de dienstverlening naar reizigers met 5-15% te verbeteren.
  3. Verbeteren van de (kosten)effectiviteit en efficiëntie van publiek verkeersmanagement;
    Het is de onderbouwde ambitie van het programma iCentrale om de publieke kosten van centrale bediening met 40-60% te verlagen.
  4. Versterken van de concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven.
    De 13 private partijen hebben mede-initiatief genomen voor het programma iCentrale omdat zij er van overtuigd zijn dat hiermee hun internationale concurrentiepositie wordt versterkt. De 6 decentrale overheden hebben als nadrukkelijke ambitie uitgesproken om met het programma iCentrale bij te dragen aan het versterken van de (inter)nationale concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven.
Hoe draagt het publiek private programma iCentrale bij aan de landelijke transities?

In de routekaart Beter Geïnformeerd Op Weg op weg zijn zes landelijke transitiepaden benoemd die nodig zijn om de aangegeven doelen te bereiken. Ook het programma iCentrale is gericht op de meeste van deze zes doelen, maar vormt een aanvulling en uitbreiding op de routekaart. De transities in de routekaart zijn gericht op beïnvloeding van weggebruikers door middel van maatregelen langs de weg, in het voertuig en op personal devices. Het publiek private programma is gericht op de centrale bediening (tunnels, bruggen, verkeersmanagement, stadstoegang, (openbare orde & veiligheid). Dit is nu nog geen onderdeel van de routekaart, maar hiervoor gelden dezelfde overwegingen en dezelfde transities.

  1. Van collectieve beïnvloeding naar een slimme mix van collectieve en individuele dienstverlening;
    Zie bovenstaand. Het programma iCentrale is niet gericht op wegkantsystemen of individuele diensten aan weggebruikers, maar op centrale bediening en vormt hiermee een aanvulling en uitbreiding op de routekaart.
  2. Een veranderende rol van wegkantsystemen;
    Zie bovenstaand.
  3. Van lokaal/regionaal naar landelijk dekkende verkeersinformatie en verkeersmanagement;
    Het programma iCentrale is gericht op de transitie van centrale bediening door/voor afzonderlijke decentrale overheden naar een landelijke bundeling en invulling van centrale bediening.
  4. Van business to government (B2G) naar business to consumer (B2C) en business to business (B2B);
    Het programma iCentrale is gericht op de transitie van de huidige rollen van opdrachtgever-opdrachtnemer naar zelfstandige diensten door private partijen. Anders dan individuele diensten aan weggebruikers, blijft centrale bediening (grotendeels) een publieke functie.
  5. Van eigendom van data naar maximale openheid en beschikbaarheid van data (publiek en privaat);
    In het programma iCentrale wordt de data die publieke en private partijen genereren voor en met de diensten voor centrale bediening, als open data beschikbaar gesteld. Om dit en andere zaken rondom data & informatie goed te organiseren en te borgen is binnen het programma iCentrale een aparte hoofdgroep ‘Data & Informatie’ ingericht (zie hoofdstuk 7).
  6. Van overheidsregie naar publiek-private samenwerking en allianties.
    Het programma iCentrale is opgezet als een alliantie van 13 private en 6 decentrale partijen. Dit vanuit de overtuiging dat alleen een gezamenlijk gedeeld belang en een gezamenlijke aanpak kan leiden tot robuuste transities die ook blijven bestaan na afloop van het tijdelijke programma iCentrale. De hierna te beschrijven Fase 1 van het programma iCentrale is in 2015 in gelijkwaardigheid uitgevoerd door de 13 private en 6 decentrale overheden. Tegenover de intensieve inzet van de private partijen stond geen financiële vergoeding: zij hebben deze bijdragen geleverd omdat de beoogde transities ook onderdeel zijn van hun eigen private road maps.

In aanvulling op de zes landelijke transities is het programma iCentrale gericht op een transitie om te komen van afzonderlijke centrale bediening van losse domeinen naar een slimme mix van centrale bediening voor meerdere domeinen.

Waarom is een publiek private programma iCentrale nodig en ontstaat de transitie niet vanzelf?

Met de huidige wijze waarop decentrale stads- en wegbeheerders hun centrale bediening hebben ingericht is niks mis: het werkt goed en het doet wat het moet doen. Dit is echter tevens een reden waardoor er, ondanks het breed gedeelde inzicht dat het anders (beter en goedkoper) kan - en eigenlijk anders zou moeten - geen echt initiatief is ontstaan de afgelopen jaren om het echt anders aan te pakken.

Het vraagt ook nogal wat: bestaande domeinen, meerdere decentrale overheden en meerdere private partijen moeten bij elkaar worden gebracht om gezamenlijk een verandering te bewerkstelligen. En het vraagt niet zomaar een verandering:

  • Vanuit het verleden zijn de domeinen redelijk los van elkaar ontwikkeld en binnen de meeste decentrale overheden sectoraal georganiseerd met verantwoordelijkheden binnen meerdere afdelingen. Hierbinnen ‘staat’ elke centrale bediening zelfstandig: eigen gebouw, eigen systemen, eigen personeel met soms een structurele post op de begroting voor exploitatie, beheer en onderhoud en vervanging. Er is daardoor nauwelijks een aanleiding om meerdere domeinen bijeen te brengen;
  • Elke stads- en wegbeheerder is (en blijft!) verantwoordelijk voor de eigen centrale bediening. Het betreft bovendien relatief nieuwe vakgebieden waaraan decentrale overheden werkendeweg zelf invulling hebben gegeven en waardoor centrale bediening bij de meeste decentrale overheden net anders is ingevuld en georganiseerd. Er is daardoor voor decentrale overheden nauwelijks een aanleiding om uitvoering van centrale bediening gezamenlijk op te pakken;
  • Centrale bediening is (en blijft!) een verantwoordelijkheid van een decentrale overheid. In het verleden was het vanzelfsprekend dat eigen publieke verantwoordelijkheden zelf werden uitgevoerd, bovendien waren er geen alternatieven. Wel worden private partijen ingeschakeld of ingehuurd om deelbijdragen te leveren: het als opdrachtnemer bouwen van centrales en het leveren van applicaties, systemen en ‘handjes’. Steeds meer worden deelactiviteiten ‘op de markt gezet’, waarbij overheden opdrachtgevers zijn en private partijen opdrachtnemer. Er is daardoor voor private partijen nauwelijks een aanleiding om zelfstandige diensten te ontwikkelen voor centrale bediening (voor meerdere domeinen) die ze kunnen aanbieden aan meerdere decentrale overheden.

Het voorafgaande maakt dat er sprake is van een kip-ei situatie:

  • Voor management en directeuren van decentrale overheden is er geen echte urgente aanleiding om de kansen voor centrale bediening op te pakken: er gaat niks mis in de huidige situatie;
  • Voor private partijen is er in de huidige situatie veel versnippering tussen de decentrale overheden, is centrale bediening nog veel een publiek uitgevoerde taak en is er vooralsnog voldoende markt voor een rol als opdrachtnemer. Mede daardoor is er eigenlijk geen echte urgente aanleiding om de kansen voor centrale bediening op te pakken.

Bovendien kan een dergelijke transitie alleen worden bereikt als meerdere publieke- en meerdere private partijen hiervoor gezamenlijk initiatief nemen. Dit ontstaat niet vanzelf. Daarom is een tijdelijk gezamenlijk publiek-privaat programma iCentrale nodig om deze transitie te bewerkstelligen. Dit is naar voren gekomen uit de brede consultatie die in 2014 is uitgevoerd onder circa 50 publieke- en private en sleutelspelers in Nederland en de raadpleging van circa 150 regionale en (inter)nationale rapportages.

Waarom levert Beter Benutten een belangrijke bijdrage aan het publiek private programma?

Omdat de landelijke transities uit de routekaart, waarvan de transitie waarop een iCentrale zich richt onderdeel uitmaakt, niet vanzelf ontstaan hebben programma’s als Beter Benutten (mede) tot doel om hierin versnelling te realiseren. De omvattende transitie is dat automobilisten meer individuele informatie in de auto krijgen (connected, coöperatief, autonoom) die (mede) wordt verzorgd door private partijen. In het geval van dit publiek-private programma betreft dit de transitie van minder ‘zelf managen’ naar meer ‘faciliteren en ingrijpen bij calamiteiten’, waarbij (meer) functies van publieke centrales worden geleverd in de vorm van geïntegreerde private diensten.

De private- en publieke directeuren die het initiatief hebben genomen voor dit publiek-private programma willen zich inzetten voor het realiseren van deze versnelling. Omdat de ambities, doelen, aanpak en publieke en private betrokkenen grotendeels samenvallen en elkaar versterken. Het programma Beter Benutten 1) ‘erkent’ dat dit initiatief nodig is. 2) Beter Benutten activiteiten inhoudelijk op elkaar afstemmen en zo tot voor alle betrokkenen tot win-win situaties komen. 3) een co-financiering waarbij het Rijk 50% verzorgd en regio’s en private partijen de andere 50%.

Wat is het resultaat van het publiek-private programma?

Het resultaat van fase 2 van het programma iCentrale is het zorgen dat er aantrekkelijke private alternatieven zijn (qua baten, kosten voor investering en exploitatie, risico etc.) voor de uitvoering van centrale bediening (voor tunnels, verkeersmanagement, bruggen en sluizen, stadsbeheer en veiligheid).

In het programma wordt gezorgd dat aan het eind van fase 2 de volgende resultaten en producten worden opgeleverd:

  1. Deze (vooralsnog 14) publiek private diensten zijn in de praktijk beproefd en scherp gemaakt (in meerdere living labs) t.a.v. inhoud (welke dienst precies) en proces (welke precieze wederzijdse afspraken);
  2. Deze diensten worden als zelfstandige landelijke diensten aangeboden door private partijen (omdat deze passen in de eigen private road maps);
  3. De decentrale weg- en stadsbeheerders hebben indicaties afgegeven voor de periode 2016-2024 wanneer afwegingen plaatsvinden t.a.v. hun centrale bediening en wanneer welke van deze diensten in deze afwegingen worden meegenomen;
  4. De eerste iCentrale dienstenovereenkomsten tussen decentrale overheden en private partijen voor een aantal van deze diensten zijn afgesloten.
Zijn er relaties tussen de diensten en de drie dominante keuzerichtingen?

Grofweg geldt voor deze publiek-private diensten i.r.t. de drie dominante keuzerichtingen:

  1. De diensten voor de ‘huidige markt’ betreffen vooral de 1e dominante keuzerichting om taken zelf uit te voeren of (delen) aan de markt over te laten. De diensten zijn vooral gericht op het als service gaan afnemen van taken die weg- en stadsbeheerders nog zelf uitvoeren.
  2. De diensten voor de ‘nieuwe markt’ voor nieuwe weg- en stadsbeheerders betreffen vooral de 2e dominante keuzerichting om centrale bediening in te richten voor één domein (tunnel, verkeersmanagement, bruggen en sluizen, stadsbeheer, orde- en veiligheid) of twee of meerdere domeinen te integreren. De diensten zijn vooral gericht op procesmatige, inhoudelijke en (data en ICT-) technische integratie van meerdere domeinen.
  3. De diensten voor de ‘nieuwe markt’ voor bestaande weg- en stadsbeheerders betreffen vooral de 3e dominante keuzerichting om taken voor de eigen organisatie te organiseren of dit te organiseren samen met collega weg- en stadsbeheerders, binnen of buiten de eigen regio. De proposities zijn vooral gericht op het komen tot organisatorische samenwerking, zowel tussen publieke- en private partijen als tussen publieke partijen onderling.
Hoe gaan we stapsgewijs in transitie van de huidige situatie richting het ‘wenkend perspectief’?

Met de benoemde 14 publiek-private diensten en de 3 dominante keuzerichtingen kunnen de volgende stappen worden onderscheiden in de transitie van de huidige situatie richting het ‘wenkend perspectief’. Benadrukt wordt dat niet elke transitie precies op deze wijze en in deze volgorde behoeft te gaan lopen en dat niet elke decentrale overheid tot en met de laatste transitiestap moet gaan: het gaat om het stapsgewijs komen tot meer mogelijkheden die private partijen kunnen aanbieden en waaruit decentrale overheden (juist zelf) kunnen kiezen (een qua assortiment stapsgewijs uitbreidend cafetariamodel of menukaart). De aangegeven volgorde is vooral om te kunnen voortbouwen op ervaringen en deze steeds verder te kunnen uitbouwen. Het (uiteindelijke) ‘cafetariamodel iCentrale’ of de ‘menukaart iCentrale’ zal een combinatie (kunnen) zijn van meerdere proposities.

Hoe zijn verschillende ‘Hoofdgroepen’, of ‘Hoofdthema’s’ van het programma nu precies gedefinieerd?

De diensten die zijn afgeleid uit de transities hebben betrekking op alle inhoudelijke onderdelen van een iCentrale. Gezien de complexiteit zijn in het publiek-private programma samenhangende onderdelen gedefinieerd in ‘Hoofdgroepen’, of ‘Hoofdthema’s’. Deze zijn als volgt (inhoudelijk) gedefinieerd:

  1. Wettelijke en klanteisen waaraan centrale bediening moet voldoen. Dit betreft wettelijke eisen (zoals voor tunnelbewaking en –bediening), klanteisen (voor alle andere domeinen) en strategische eisen (door de overheden zelf). Deze gaan over de (maatschappelijke, beleidsmatige) prestaties en doelen die de decentrale overheden nastreven met de netwerken, en naar mobilisten en burgers in de diverse domeinen. Deze eisen vormen het kader waarbinnen centrale bediening moet worden uitgevoerd.
  2. Personeel, processen, applicaties en de gebouwen voor ‘centrale bediening’. Dit is eigenlijk wat je ziet van, en in de centrales op de ruim 150 locaties in Nederland die eerder zijn geïnventariseerd.
  3. Data & Informatie. Dit vormt de niet-zichtbare basis van centrale bediening: de actuele situatie wordt structureel bewaakt, deze data wordt gecombineerd en verrijkt en vormt de bron waarop personen en applicaties besluiten nemen. Naast data voor het actuele proces van centrale bediening, betreft dit ook data en informatie voor (kort-cyclische) evaluatie en bewaking van de wettelijke- en maatschappelijke eisen en doelen en verantwoording daarover. Door deze data als open data breed beschikbaar te stellen kunnen nog andere toepassingen worden gevoed.
  4. Techniek en ICT-Systemen. Dit zijn de technische systemen in een centrale en ook de (netwerk)verbindingen tussen objecten (tunnels, bruggen, sluizen, verkeersmanagementmaatregelen, stadstoegang etc.) buiten op straat en de centrale zelf. De objecten zelf vormen geen onderdeel van centrale bediening (want deze kunnen ook functioneren zonder centrale bediening) en zijn daarom geen onderdeel van de iCentrale.

Naast de vier inhoudelijke Hoofdgroepen zijn er nog drie (noodzakelijke) Hoofdgroepen welke gezien de intensieve interactie tezamen worden gerund, te weten:

  1. Hoofdgroep 5 ‘(Bestuurlijke) omgeving & Besluitvorming’. Deze Hoofdgroep richt zich op het op de juiste wijze betrekken van de omgeving, zoals de andere decentrale overheden in Nederland, het ministerie van I&M en het programma Beter Benutten, de bestuurders van de decentrale overheden en de directies en raden van bestuur van deze en andere private partijen. En op het komen tot besluitvorming bij deze ‘en andere’ betrokkenen, waarvoor dat nodig is. Deze Hoofdgroep wordt getrokken door de programmamanager en hieraan wordt deelgenomen door alle publieke- en private partijen.
  2. Hoofdgroep 6 ‘Professionele, (inter)nationale markt (& verdienmodellen)’. Deze Hoofdgroep richt op het realiseren van de voorwaarden die nodig zijn voor een professionele (inter)nationale markt, zoals vertrouwen, toetreding, marktvolume en monopolies en op de voorwaarden die nodig zijn om voor de private partijen te komen tot zelfstandige verdienmodellen. Hiervoor wordt specifieke expertise aangetrokken en hieraan wordt deelgenomen door alle publieke- en private partijen. Met deze Hoofdgroep wordt nadrukkelijk gewerkt aan het versterken van de concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven. Dit is ook een van de doelen van de routekaart Beter Geïnformeerd Op Weg.
  3. Hoofdgroep 7 ´(Maatschappelijke) kosten en baten’. Deze Hoofdgroep richt zich op het inzichtelijk maken en onderbouwen van de kosten die momenteel omgaan in centrale bediening en de (maatschappelijke) baten- en kostenbesparingen die meer integratie kan opleveren. De provincie Noord-Holland heeft momenteel een uitgebreide business case (door PwC) in uitvoering naar de kosten(besparing) van centrale bediening in de eigen organisatie en brengt deze alsmede de daarvoor gevolgde methodiek in het programma iCentrale in.
Is er een internationaal perspectief?

Jazeker.

Alle activiteiten die worden uitgevoerd in Fase 2 van het publiek-programma zijn óók gericht op het internationaal kunnen aanbieden van de te ontwikkelen private diensten. Dit door altijd overal te werken met internationale standaarden, aan te sluiten bij internationale (Europese) wetgeving en kaders en door ook al tijdens Fase 2 enkele diensten in de praktijk toe te passen in de internationale Living Labs. Nagenoeg alle private partijen hebben ook belangen in andere landen dan Nederland en internationale toepassingen zijn integraal onderdeel van hun road maps.

 

De 13 private partijen hebben mede-initiatief genomen voor het programma omdat zij er van overtuigd zijn dat hiermee hun internationale concurrentiepositie wordt versterkt. Ook de 6 decentrale overheden hebben als nadrukkelijke ambitie uitgesproken om met het programma bij te dragen aan het versterken van de (inter)nationale concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven. Gezamenlijk zetten zij hiermee in op het versterken van de concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven.

Hoe zijn jullie op het idee van dit programma gekomen?

Fase 0 van het programma is uitgevoerd in 2015. Dit betrof een brede consultatie door de programmamanager die is uitgevoerd onder circa 50 publieke- en private sleutelspelers in Nederland en de raadpleging van circa 150 regionale en (inter)nationale rapportages. De samenvattende rapportage is toentertijd breed gedeeld. De bevindingen zijn hierin samengevat in 10 constateringen en 7 aanbevelingen.

Belangrijke constateringen waren:

  • Voor de aankomende jaren zal er een enorme (voorgenomen) toename te zien zijn van publieke ‘centrales’ in Nederland;
  • De gezamenlijke structurele publieke (exploitatie)kosten (incl. asset- en datakosten) hiervan zijn substantieel en worden sterk onderschat;
  • Dit biedt onmiskenbaar enorme kansen voor synergie: tussen overheden, modaliteiten, publieke- en private partijen en domeinen (zoals nat, droog en veiligheid);
  • Strategieën en investeringsmogelijkheden, besluitvorming en uitvoering van publieke- en private partijen in dezelfde arena sluiten veelal niet op elkaar aan en komen daardoor niet als vanzelf samen.

Belangrijke aanbevelingen waren:

  • Kom tot een ‘beweging’ en een ‘community’ waarbij meerdere publieke- en private partijen de constateringen delen en in het gezamenlijk aanpakken hiervan meerwaarde zien voor de eigen organisaties;
  • Start met deze partijen vanuit hun eigen belangen en publiek private road maps een taskforce om een gezamenlijke aanpak uit te werken in de vorm van een Plan van Aanpak en zoek publieke en private sponsoren voor het uitvoeren van deze gezamenlijke aanpak;
  • Voer deze gezamenlijke aanpak uit in meerdere living labs o.b.v. een passende en gelijkwaardige aansturing gebaseerd op allianties;
  • Zet dit regionaal op vanwege de concreetheid en praktische toepasbaarheid, maar zorg voor landelijke toepassingsmogelijkheden om te komen tot zelfstandige private diensten;
  • Laat bestaande ontwikkelingen vooral doorlopen (en sluit hierbij actief aan): deze bieden op korte termijn oplossingen voor huidige problemen en behoeften.
Kunnen wij als private partij deelnemen aan het programma iCentrale?

Ja.
Met de toenemende publiciteit rond de Summit ‘MaasandMore’ op 24 maart 2017 tonen ook andere dan nu deelnemende 13 private partijen interesse in het programma iCentrale en vragen zij om betrokken te kunnen worden.

Afspraken met de nu deelnemende private partijen
De nu deelnemende 13 private partijen aan het programma iCentrale:

  • zijn in 2015 o.b.v. een landelijk pre-kwalificatie geselecteerd voor deelname aan het programma en hebben in 2015 de Intentieverklaring ondertekend;
  • hebben in 2015 en 2016 op eigen kosten deelgenomen aan Fase 1 en Pre-Fase 2 en ontwikkelen in 2016 en 2017 (mede voor een deel op eigen kosten) gezamenlijk de iCentrale-diensten.

De private partijen doen deze eigen investering met perspectief op een toekomstige “iCentrale-markt” waarin zij voor zichzelf verdienmogelijkheden zien voor de dan ontwikkelde eigen diensten.

Proces voor deelname van (nieuwe) private partijen

  • andere private partijen die betrokken willen worden bij het programma iCentrale, kunnen hun interesse kenbaar maken bij de programmamanager. Hen wordt gevraagd om een (schriftelijke) belangstellingsregistratie (op directieniveau), waarin zij aangeven:
      • waarom zij geïnteresseerd zijn om betrokken te worden bij het programma iCentrale;
      • welke huidige rol zij hebben o.h.g.v. centrales in elk van de 6 domeinen;
      • welke toekomstige rol zij ambiëren en welke diensten zij zelf willen ontwikkelen o.h.g.v. centrales en welke eigen road map zij daarbij hanteren;
      • wat zij zouden willen ‘halen’ uit het programma iCentrale en wat zij zouden kunnen ‘brengen’ naar het programma iCentrale;
      • welke (vergelijkbare) projecten zij op dit moment (inter)nationaal uitvoeren die een bijdrage kunnen leveren aan de transitie (zgn. ‘laaghangend fruit’);
      • op welke (onderstaande) manier zij zelf hun betrokkenheid zouden willen invullen;
      • met welke (senior) deskundige ze willen deelnemen.
  • O.b.v. de schriftelijke belangstellingsregistratie accorderen (o.b.v. meerderheid) de huidige private en publieke deelnemers in het programma iCentrale al dan niet de betrokkenheid van de nieuwe private partij.
  • Nieuwe private partijen nemen, gelet op het hiervoor genoemde, ‘om niet’ deel aan het programma, tenzij zij specifiek worden gevraagd ontbrekende kennis aan te vullen welke nodig is en waar nu niet kan worden voorzien.

Na accordering wordt de betreffende nieuwe private partij een geregistreerde betrokkene;

  • de plenaire bijeenkomsten (het plenaire deel) op de woensdagen om de 3 weken worden opgesteld voor ook de geregistreerde betrokkenen;
  • geregistreerde betrokkenen kunnen worden gevraagd om reviews te doen van voor hen relevante concept documenten en producten;
  • geregistreerde betrokkenen krijgen de beschikking over eindversies van documenten en producten;
  • deelnemende private partijen kunnen binnen hun eigen project geregistreerde betrokkenen inschakelen voor het uitvoeren van specifieke onderdelen, evenwel na instemming van de programmamanager en binnen afspraken van scope, inhoud, tijd en geld;
  • in de communicatie over het programma iCentrale worden geregistreerde betrokkenen waar dit meerwaarde heeft als zodanig genoemd.

Wat wordt er momenteel in Fase 2 van het publiek-private programma uitgevoerd?

Momenteel worden er 40 samenhangende projecten uitgevoerd die zijn gericht op het gezamenlijk met publieke en private partijen ontwikkelen en in de praktijk beproeven van de diensten.

Het beoogde resultaat aan het eind van Fase 2 is dat de proposities zijn ontwikkeld en beproefd, op ene zodanige wijze dat private partijen het aankunnen een aandurven om deze proposities als zelfstandige private diensten aan te bieden en dat decentrale overheden het aandurven om deze private diensten af te nemen van private partijen.

Er worden ook praktijkcases uitgevoerd? Wat houden die in?

Vanuit de dominante keuzerichtingen is voor elke decentrale weg- en stadsbeheerder overheid een Praktijkcase geformuleerd. Deze Praktijkcase sluit aan bij het specifieke belang dat elke decentrale overheid heeft aangegeven i.r.t. de iCentrale. De Praktijkcases zijn bewust per decentrale overheid om ook hierbij dicht bij de belangen van elke overheid zelf te blijven. Hiermee zijn de Praktijkcases gericht op twee van de drie dominante keuzerichtingen, namelijk (1) zelf doen of aan de markt over laten en (2) één domein of meerdere domeinen. De derde dominante keuzerichting (3) voor de eigen wegbeheerder of regio of samen met collega wegbeheerders wordt niet geadresseerd omdat deze verder gezamenlijk ontwikkelen en in de praktijk oefenen vraagt.

Samenvatting van de praktijkcases en de uitvoerende decentrale wegbeheerders:

  1. Praktijkcase 1: Maatschappelijk prestaties: KPI’s en SLA’s begrijpelijk en uitlegbaar. Uitvoering met provincie Flevoland, provincie Utrecht en provincie Noord-Holland.
  2. Praktijkcase 2: Beeldregisseur voor (stads) cameratoezicht en verkeersmanagement. Uitvoering met de gemeente Rotterdam en de gemeente Almere.
  3. Praktijkcase 3: Slim combineren van (Tunnel)veiligheid en verkeersmanagement. Uitvoering met de provincie Noord-Holland met medewerking van de gemeente Den Haag.
  4. Praktijkcase 4: Regie voeren en toezicht houden: omgaan met nabijheid en afstand, hoe doe je dat? Uitvoering vooral met de decentrale weg- en stadsbeheerders.
Wat houdt praktijkcase 1: Maatschappelijke prestaties: KPI’s en SLA’s begrijpelijk en uitlegbaar in?.

Doel van deze praktijkcase is om gezamenlijk privaat en publiek in de praktijk uit te proberen hoe afspraken kunnen worden gemaakt (vooraf bij het uitvragen, aanbieden en afnemen van diensten, tijdens t.b.v. het houden van toezicht en het altijd (publiek) kunnen ingrijpen, achteraf bij verantwoording en beoordeling o.b.v. maatschappelijke prestaties.

Vragen die in de praktijkcase worden beantwoord zijn: wat is gewenst om af te spreken om te gaan werken met maatschappelijke diensten o.b.v. maatschappelijke prestaties, waar zit vooral ondernemingsruimte en private verdienmodellen, welke randvoorwaarden en welke flexibiliteit moeten worden afgesproken., welke risico’s zijn er voor publieke en private partijen en hoe kunnen deze worden beheerst, hoe monitor, bewaak en rapporteer je, hoe werkt een eerste gezamenlijke periode en hoe verzorg je daarna de transitie en borging?

Wat houdt praktijkcase 2: Beeldregisseur voor (stads)cameratoezicht en verkeersmanagement in?

Doel van deze praktijkcase is verdere invulling geven aan domein-overschrijdend werken (meldkamer/verkeersregiekamer) en om tot nog verder gaande integratie van domeinen te komen. Het gaat hierbij om het gebruik van camerabeelden voor (veel) meer toepassingen en domeinen. Dit brengt technische maar ook procesmatige en juridische (wat mag en kan?) vraagstukken met zich mee. Onderdeel van de uitwerking is ook van welke domeinen combineren gewenst en (technisch, organisatorisch, juridisch) mogelijk is.

Wat houdt praktijkcase 3: Slim combineren van (tunnel)veiligheid en verkeersmanagement in?

Doel van deze praktijkcase is om in de praktijk na te gaan hoe de twee domeinen van tunnelbewaking en –bediening en verkeersmanagement geïntegreerd kunnen worden uitgevoerd. Vanuit de Europese eisen vereist tunnelbediening 24/7 bemensing, door deze centralisten ook in te zetten voor verkeersmanagement kan ook dit 24/7 worden uitgevoerd (i.p.v. de huidige verlengde kantoortijden op veel locaties) waardoor betere netwerkprestaties kunnen worden geleverd. Dit vraagt afstemming van bemensing, organisatie, processen, informatie en opleiding. Lopende het programma is hier nog een derde domein aan toegevoegd die frequent speelt bij weg- en stadsbeheerders namelijk het (mede) combineren van (het op afstand) bedienen van bruggen en sluizen. In 2017 wordt deze praktijkcase uitgevoerd en begin 2018 daadwerkelijk in met 24/7 wekende systemen geïmplementeerd.

Wat houdt praktijkcase 4: Regie voeren en toezicht houden: omgaan met nabijheid en afstand, hoe doe je dat?

Doel van deze praktijkcase is om in de praktijk na te gaan hoe decentrale overheden zich meer kunnen richten op regievoering en toezichthouden en private partijen zich – binnen de kaders die worden gesteld door de decentrale weg- en stadsbeheerders en gezamenlijk worden vastgelegd – kunnen richten op een uitvoering gericht op effectiviteit en efficiëntie. Hoe uniformer de decentrale wegbeheerders zich kunnen organiseren, hoe meer combinatie en synergie de private partijen kunnen aanbieden over de wegbeheerders heen, ten gunste van de effectiviteit en efficiëntie.

Hoe wordt dit hele programma uitgevoerd?

Uitvoering van de praktijkcases vindt plaats door samenwerking tussen de publieke en private partijen, waarbij voor deze laatste alleen de private partijen in aanmerking komen die zich eerder hebben geprekwalificeerd en nu deelnemen aan het programma iCentrale. Deze aanpak is mogelijk door de brede pre-kwalificatie van begin 2015.

 

Mini-competities voor het ontwikkelen en in de praktijk beproeven van de diensten. Voor het ontwikkelen en in de praktijk uitproberen van de diensten, wordt gewerkt met mini-competities onder de 13 private partijen die eerder zijn geprekwalificeerd en tezamen het Plan van Aanpak Fase 2 hebben opgesteld. Dit eveneens conform de hiervoor geldende Europese regels.

 

Diensten worden beproefd en de werking wordt aangetoond in een Netwerk van Living Labs (zie de button op de homepage).

Wat zijn de grootste kansen en uitdagingen?

Kansen

  • Een grote kans is dat het programma iCentrale een initiatief is van 13 private en 6 publieke partijen, die zelf de overtuiging hebben dat centrale bediening in Nederland en internationaal anders moet en kan en actief willen werken aan het bewerkstelligen van deze transitie.
  • Met het programma iCentrale worden concrete bijdragen geleverd aan de transities die door publieke en private partijen zijn benoemd in de routekaart Beter Geïnformeerd Op Weg.
  • Met de publiek private proposities die in het programma iCentrale worden ontwikkeld en beproefd kunnen bijdragen worden geleverd aan een beter functionerend netwerk met hogere prestaties, lagere kosten van de assets en betere kosteneffectiviteit van de exploitatie en betere dienstverlening aan mobilisten en burgers.

Uitdagingen

  • Een grote uitdaging voor het programma iCentrale is het ‘meekrijgen’ van de decentrale overheden. Zij hebben al vaker ‘mooie verhalen’ gehoord van marktpartijen en willen ‘eerst zien en dan geloven’. Bovendien wordt van de decentrale overheden verwacht dat zij straks een aantal va hun huidige taken ‘loslaten’. Met het “Laaghangend Fruit”, de Praktijkcases, de Living Labs en het vanaf het begin af aan samen optrekken wordt gewerkt aan deze uitdaging. Maar het blijft een uitdaging.
  • Een andere uitdaging is dat private partijen zich minder gaan richten op opdrachten en de rol van opdrachtnemer en zich meer gaan richten op zelfstandige diensten in de vorm van dienstenaanbieder. Daarvoor moeten zij de huidige vaak comfortabele situatie van een grote opdrachtenportefeuille (business tot government, B2G) loslaten. Dit doen zij alleen maar als er enigszins zicht is op een voldoende markt voor het afnemen van dergelijke centrale bedieningsdiensten. Deze uitdaging wordt geadresseerd in het programma.
  • Een uitdaging is ook dat de gezamenlijke benoemde diensten altijd een samenspel zijn van meerdere disciplines die worden geleverd door meerdere private partijen. Hiervoor moeten private partijen zich (ook) op elkaar gaan richten met het aanbieden en afnemen van diensten en producten (business tot business, B2B) en dat is voor velen van hen nieuw. Deze uitdaging wordt geadresseerd in het programma.
Wat zijn de opbrengsten in Euro’s?

Om een hele grove (!) indicatie te krijgen van de potentiële markt voor de diensten die worden ontwikkeld in het programma iCentrale, is in Fase 1 heel tentatief (!) in beeld gebracht welke kosten in Nederland zijn gemoeid met de vier inhoudelijke onderdelen van centrale bediening, d.w.z. de vier samenhangende lagen (Hoofdgroepen of Hoofdthema’s).

 

Omdat hiervan geen onderbouwde overzichten bestaan, kan dit niet anders dan worden gebaseerd op een groot aantal aannamen die ook nog eens niet hard kunnen worden onderbouwd. Een belangrijke aanname is de ‘paddenstoelenkaart’ met de ruim 150 locaties voor centrale bediening in Nederland op de verschillende domeinen. Andere belangrijke input die is gebruikt voor het komen tot de indicatie is de uitgebreide business case die de provincie Noord-Holland heeft laten uitvoeren (door PWC) gerelateerd aan het programma iCentrale.

 

O.b.v. aannamen ontstaat het volgende grove en tentatieve inzicht van de kosten (jaarlijks, voor heel Nederland) op de lagen van centrale bediening:

  • Wettelijk en klanteisen t.a.v. centrale bediening: circa €5 miljoen p.j.
  • Personeel, processen, applicaties en gebouwen voor centrale bediening: circa €150 miljoen p.j.
  • Data & Informatie t.b.v. centrale bediening: circa €5 miljoen p.j.
  • Techniek en ICT-Systemen t.b.v. centrale bediening: circa €50 miljoen p.j.

Het grove beeld is daarmee dat er jaarlijks in Nederland ca. €210 miljoen wordt besteed aan centrale bediening.

 

Door experts van decentrale overheden is ingeschat dat hun gezamenlijke kosten voor ‘centrales’ met 10-20% kunnen worden verlaagd (door integratie van domeinen en tussen wegbeheerders en door publiek privaat samenspel). Dit betekent dat er (op termijn, met maximale uitrol van iCentrale diensten) minimaal ca. € 20-25 miljoen per jaar kan worden bespaard in Nederland. Tot die tijd en daarna blijft de markt voor private partijen voor centrale bediening fors. Daarnaast leidt het integreren van de centrale bediening van meerdere domeinen tot een verbetering van de netwerkprestatie en een betere dienstverlening aan mobilisten en burgers. In Fase 2 worden de opbrengsten van het programma gedetailleerder onderzocht en in beeld gebracht.

Wat verstaan we nu onder een dienst? En wat is het verschil met een (reguliere) uitvraag en opdracht? (uitgediept)

Definitie

Onder een propositie hebben we steeds verstaan “de dienst die een private partij zelf ontwikkelt en op dezelfde wijze (dan wel deels toegespitst) aanbiedt aan meerdere decentrale overheden als afnemers van deze dienst”.

 

Aanbieden van een dienst vanuit de private aanbodkant

Het ontwikkelen en aanbieden van een dienst/propositie ontstaat vanuit de private aanbodkant, waarbij een private partij zich gericht oriënteert op mogelijke afnemers en hun wensen en op basis hiervan zelf en op eigen initiatief en risico een dienst ontwikkelt en deze vervolgens aanbiedt, waarbij deze generieke dienst beperkt(er) toegespitst kan worden op de specifieke wensen van de decentrale afnemers.

 

Generieke(re) dienst voor meerdere afnemers

De propositie is generiek en bedoeld om door meerdere decentrale overheden te worden afgenomen, waarbij de eigen kosten voor ontwikkeling door de private partij worden terugverdiend verspreid over de meerdere afnemers van de dienst o.b.v. (meer) maandelijkse of jaarlijkse exploitatie (‘abonnement’). Hier ligt de kracht van een propositie: kosten voor ontwikkeling worden gedeeld door meerdere afnemers én de private partij kan uitvoering van de dienst voor de ene afnemer slim combineren met andere afnemers, waardoor per afnemer zowel de ontwikkelingskosten als de exploitatiekosten lager zijn dan dat een afnemers als opdrachtgever optreedt en zelf ontwikkelingen laat uitvoeren specifiek voor zichzelf. Het initiatief bij een propositie ligt dus nadrukkelijk bij de private partij zelf.

 

Afname (en kansen) voor veel meer weg- en stadsbeheerders

Voordeel hiervan is ook dat dergelijke diensten (abonnementen) beschikbaar komen voor weg- en stadsbeheerders voor wie een opdracht voor ontwikkeling en levering van een product niet wenselijk dan wel mogelijk is, bijvoorbeeld vanwege de beperkte omvang en/of het gebrek aan kennis en kunde om specifiek te definiëren van voor hen nodig is. De totale omvang van het aantal diensten afnemende decentrale overheden (de markt) neemt hierdoor sterk toe.

 

Geen (traditionele) uitvraag meer

Een propositie is nadrukkelijk heel anders dan een reguliere offerte die een opdrachtgever uitvraagt en die een opdrachtnemer maakt voor deze specifieke opdrachtgever n.a.v. deze specifieke vraag. Hierbij liggen de kosten voor ontwikkeling en risico (primair) bij de opdrachtgever. Een dergelijke offerte wordt pas gemaakt nádat een opdrachtgever hierom vraagt. Ook bij een offerte kan een opdrachtgever gebruik maken van eerdere producten die zijn ontwikkeld voor eerdere opdrachtgevers, maar initiatief, ontwikkeling en risico liggen dan bij de opdrachtgever. Het initiatief bij een reguliere offerte ligt dus nadrukkelijk bij de opdrachtgever.

 

Een aansprekende beschrijving, alhoewel niet precies passend op de iCentrale situatie, is te vinden op: https://www.managementgoeroes.nl/management-begrippen/propositie

Wat is een iBedienfilosofie?

Een bedienfilosofie beschrijft op welke wijze de bediening in een iCentrale uitgevoerd wordt. Hierbij moet rekening gehouden worden met verschillende aspecten die een iCentrale onderscheiden: meerdere domeinen en meerdere klanten moeten 24/7 bediend kunnen worden, waar mogelijk moeten taken en processen geautomatiseerd worden, en er moet trigger-based gewerkt worden.

De bedienfilosofie die in een iCentrale gevolgd wordt gaat uit van een aantal helder te definiëren taken en werkprocessen die aan operators met verschillende competenties en op verschillende niveau’s toegekend kunnen worden. Dit gebeurt op basis van triggers en een intelligent call-distribution systeem, waarbij ook rekening gehouden kan worden met prioritering van taken en processen. Om dit in brede zin mogelijk te maken zal een iCentrale een kritische massa in de bezetting moeten hebben (dat wil zeggen voldoende bemensing om flexibel en gebalanceerd het werkaanbod onder de operators te kunnen verdelen).

In een iCentrale zijn de volgende rollen gedefinieerd:

  • Operationeel/bediening = operator (verkeersmanager, brug- sluisbedienaar, tunnelbediening, parkeerbeheer, stadstoezicht, crowdmanager et cetera);
  • Tactisch/domeinoverschrijdend = netwerkmanager, regisserend en coördinerend;
  • Strategisch/Klantbeheer: Klantmanager, Managing Agent (beheert de SLA’s met KPI’s);
  • De verschillende rollen kunnen afhankelijk van de omstandigheden uitgevoerd worden door verschillende of dezelfde personen.

De bedienfilosofie van een iCentrale gaat er bovendien vanuit dat een operator die met een taak of werkproces bezig is volledig daarop gefocust zal moeten zijn, en dus alleen díe informatie en díe schermen aangeboden krijgt in de iHMI die voor díe taak of dát werkproces relevant zijn. Het streven is daarbij om het aantal beeldschermen tot een minimum te beperken.

Voor meer informatie over de bedienfilosofie in een iCentrale zie (***URL van Bedienfilosofie en iHMI document).

Wat is een iHMI?

Een iHMI is een geïntegreerde mens-machine interface. In het verband van een iCentrale bedoelen we daarmee de manier waarop op een werkplek de taken of werkprocessen die uitgevoerd moeten worden binnen meerdere domeinen en voor verschillende klanten, aangeboden en uitgevoerd kunnen worden. Aangezien in een iCentrale een medewerker verschillende taken of werkprocessen moet kunnen uitvoeren, moet de interface op een werkplek flexibel zijn en op ieder moment de relevante informatie en bedienpanelen beschikbaar hebben. Vanuit de bedienfilosofie volgt tevens dat dan ook alleen díe informatie en díe schermen aangeboden worden in de iHMI die voor díe taak of dát werkproces relevant zijn: de operator wordt “Situational Awareness” (SA) gegeven. Als meerdere beslisbevoegden samen bij een complex werkproces dan spreken we van een common operational picture (COP).

Wat is "Situational Awareness"?

"Situational Awareness": de noodzakelijke en voldoende informatie om een situatie zodanig te kunnen begrijpen dat de taken of processen die uitgevoerd móeten worden ook uitgevoerd kúnnen worden.

Vanuit de iBedienfilosofie en de opzet van de iHMI in de iCentrale volgt dat het essentieel is om bij taken en werkprocessen waarbij een operator zelfstandig uitvoerings- of beslissingsbevoegd is, alleen díe informatie en díe schermen aangeboden worden in de iHMI die voor díe taak of dát werkproces relevant zijn: de operator wordt "Situational Awareness" (SA) gegeven. Méér informatie binnen het blikveld van de operator aanbieden kan de operator van de taak of het proces afleiden.

In de iBedienfilosofie maken we het onderscheid tussen die taken en processen waarbij één operator uitvoerings- of beslissingsbevoegd is (de meeste routine bedientaken), en werkprocessen waarbij meerdere personen (evt op meerdere domeinen) tegelijkertijd beslissings- en uitvoeringsbevoegd zijn (bijv. crisissituaties, geplande evenmenten, etc).

Daarom wordt binnen de iCentrale ook heel bewust onderscheid gemaakt tussen "Situational Awareness" (SA) en “Common Operational Picture” (COP). COP is een term die in de wereld van het verkeersmanagement een gebruikelijke term is. Beide termen zijn afkomstig uit de defensie en beveiligingswereld en er is een duidelijk onderscheid. SA beschrijft de informatie die één beslissingsbevoegde persoon nodig heeft voor het uitvoeren van een taak of werkproces. COP daarentegen beschrijft de informatie die een groep personen, ieder beslissingsbevoegd op een eigen gebied, nodig heeft om samen een complexe situatie te behandelen waarbij ieders beslissingen het totaal (en dus elkaar) kunnen beïnvloeden.

In de iCentrale zal veel focus liggen op de ontwikkelingen t.a.v. de routine bedientaken hetgeen betekent dat we in de meeste gevallen met Situational Awareness zullen werken in de iHMI.

Wat is de iRadar?

iRadar is een informatiedienst waarmee de toestand 10 minuten vooruit over alle domeinen wordt voorspeld. Voor het domein verkeersmanagement komt een module beschikbaar met een verwachting van de verkeerstoestand in termen van intensiteiten en snelheden voor de komende 10 minuten, en die incidenten detecteert. Voor de andere domeinen wordt gebruik gemaakt van bestaande voorspellers, welke op termijn geintegreerd worden in de informatiedienst iRadar.

De module voor verkeersmanagement in het programma iCentrale wordt specifiek voor het onderliggend wegennet (OWN) ontwikkeld. Die ontwikkeling loopt gelijk op met Charm-PCP waar een dergelijke module voor het hoofdwegennet (HWN) wordt ontwikkeld. Door de module in samenhang met CHARM te ontwikkelen, ontstaat een module die bruikbaar is voor zowel HWN als OWN. Dat maakt het ook mogelijk om in een vervolgfase de uitwisseling tussen beide, met name bij incidenten, mee te nemen ter ondersteuning om het verkeer op het gehele netwerk te ‘regelen’.

Waarom is iRadar van belang voor een iCentrale?

Tot op heden wordt voor operationeel management vrijwel altijd gekeken naar de huidige toestand van het wegennet en het vaarwegennet. Wil je echter proactief en sneller kunnen handelen is er steeds vaker behoefte aan inzicht in wat er gaat gebeuren in de nabije toekomst. De verkeersmanager wil dan bijvoorbeeld weten: zal er een brug open gaan, sluiten de spoorbomen omdat er trein aan komt, is een ziekenauto in aankomst of gaat een bus voorrang krijgen op een kruising. Net zo goed wil je voor operationeel brugmanagement weten of er al dan niet bijvoorbeeld een grote stroom auto’s aankomt of een brandweerauto. Voor bijvoorbeeld het bedienen en bewaken van tunnels zou je willen weten of op basis van lusdata en/of floating car data een voertuig is gestrand en wat daarvan de gevolgen zijn in de komende 10 minuten. Op basis van deze informatie kan proactief gehandeld worden en kunnen maatregelen dus sneller en beter worden ingezet.

Een parkeerverwijzingssysteem dat wordt gevoed met een verwachting van de verkeersdrukte 10 minuten vooruit kan sneller anticiperen het vollopen van een parkeergarage. Omgekeerd heeft een snel leeglopende parkeergarage effect op de verkeersdrukte.

Verder levert de module door de incidentdetectie informatie die bijdraagt aan het potentieel sneller ter plaatse kunnen zijn voor hulpdiensten en of het nemen van maatregelen om de situatie rond het incident veiliger te maken (veiligheidsmanagement).
Tot slot geeft de korte termijn voorspelling de mogelijkheid om maatregelen waarvan het aangrijpingspunt stroomopwaarts ligt, van betere informatie te voorzien. Denk bijvoorbeeld aan een DRIP die een eindje voor een brug staat meldt dat de brug open staat. Op het moment dat dat verkeer daadwerkelijk bij de brug is, kan de brug al weer dicht zijn en kan dat verkeer gewoon passeren. Met een korte termijn voorspelling kan men hierop anticiperen en de verwachte situatie bij de brug op het moment dat het verkeer ook daadwerkelijk bij de brug is op de DRIP plaatsen.

Wat is de iGenerator?

De iGenerator is een multifunctionele database waarin alle beschikbare databronnen, per domein, geïnventariseerd, geaggregeerd en waar nuttig gefuseerd kunnen worden. Een dergelijke database bevat een schat aan informatie welke vanuit de iGenerator eenvoudig beschikbaar kan worden gesteld aan operatoren en managers. Om een zogenaamde "situational awareness" te genereren in een verkeerscentrale, wordt de meest relevante informatie (domein overstijgend) visueel gebundeld. De iGenerator stuurt ook triggers uit die operatoren gericht kunnen informeren over situaties die hun aandacht verdienen.

Waarom is een iGenerator voor mij onmisbaar?

In de dagelijkse praktijk werken operatoren per domein, zoals tunnelbediening, stadstoezicht en brugopeningen. Dit kan efficiënter door operatoren domeinoverschrijdend te laten werken. Maar hoe zorgt u er dan voor dat incidenten met de juiste prioriteit worden afgehandeld? Hoe zorgt u ervoor dat een incident in het domein brugopeningen op tijd opgepakt wordt, als de operator met parkeermanagement bezig is? Juist op dit vlak helpt de iGenerator de operator door de juiste "situational awareness" aan te bieden. De iGenerator stuur triggers uit waardoor uw operator zich op het juiste moment op het juiste domein kan richten.

Kunnen wij als decentrale overheid meedoen aan het programma iCentrale?

Jazeker.

Met de toenemende publiciteit rond de Summit ‘MaasandMore’ op 24 maart 2017 tonen ook andere dan nu deelnemende 6 decentrale overheden interesse in het programma iCentrale en vragen zij om betrokken te kunnen worden.

 

Afspraken met de nu deelnemende decentrale overheden

Met nu deelnemende 6 decentrale overheden aan het programma iCentrale zijn in 2015 (Fase 1) en 2016 (Fase 2) afspraken gemaakt op het niveau van de voor de betreffende domeinen verantwoordelijke directeur(en) over deelname. Dit om vast te leggen dat deelname aan het programma iCentrale niet vrijblijvend is, maar een deelname is:

  • vanuit de eigen road map van de decentrale overheid met eigen concrete belangen en concrete doelstellingen voor de organisatie;
  • waarop de directeur mede stuurt en waarvoor de directeur mede verantwoordelijkheid neemt;
  • waarvoor een deskundige senior medewerker een taak meekrijgt vanuit de eigen organisatie en een taak oppakt binnen het programma iCentrale.

De 6 nu deelnemende decentrale overheden hebben de afgelopen periode actief deelgenomen aan het programma iCentrale. De 13 deelnemende private partijen hebben in 2015 en 2016 fors zelf geïnvesteerd in Fase 1 en Pre-Fase 2 en investeren ook in 2016 en 2017 fors zelf in het gezamenlijk ontwikkelen van de iCentrale-diensten. Van de deelnemende decentrale overheden wordt daarom serieus commitment gevraagd als voorwaarde voor actieve deelnemen aan het programma iCentrale.

 

Vanuit de ambitie voor een brede en volwassen markt met deskundige inbreng vanuit zoveel mogelijk decentrale overheden en een zo breed en groot mogelijke afzetmarkt voor private diensten bij decentrale overheden.

 

Proces voor deelname van (nieuwe) decentrale overheden en regio’s

  • andere decentrale overheden (mét of zonder bediencentrales) die betrokken willen worden bij het programma iCentrale, kunnen hun interesse (schriftelijk) kenbaar maken bij de programmamanager. Hen wordt gevraagd om een schriftelijke belangstellingsregistratie (op directieniveau), waarin zij aangeven:
    • waarom zij geïnteresseerd zijn om betrokken te worden bij het programma iCentrale;
    • welke deskundige senior medewerker vanuit de decentrale overheid zal deelnemen in het programma iCentrale;
    • welke concrete en praktische ambities zij hebben i.r.t. het programma iCentrale;
    • wat zij zouden willen ‘halen’ uit het programma iCentrale en wat zij zouden kunnen ‘brengen’ naar het programma iCentrale;
    • bij welke (vergelijkbare) projecten zij op dit moment zijn betrokkenen die een bijdrage kunnen leveren aan de transitie (zgn. ‘laaghangend fruit’).
    • voor de eigen decentrale organisatie een praktische en realistische eigen road map i.r.t. de iCentrale wordt opgesteld met eigen concrete belangen en concrete doelstellingen voor de organisatie;
    • vanuit de decentrale organisatie een of meerdere Praktijkcases worden aangedragen, uitgewerkt en gerealiseerd.

 

Na accordering wordt de betreffende nieuwe decentrale overheid een geregistreerde betrokkene bij:

    • de plenaire bijeenkomsten (het plenaire deel) op de woensdagen om de 3 weken;
    • geregistreerde betrokkenen kunnen worden gevraagd om reviews te doen van voor hen relevante concept documenten en producten;
    • geregistreerde betrokkenen krijgen de beschikking over eindversies van documenten en producten;
    • in de communicatie over het programma iCentrale worden geregistreerde betrokkenen waar dit meerwaarde heeft als zodanig genoemd.
Wat is CHARM; wat zijn de overeenkomsten en verschillen?

Zijn het programma CHARM van Rijkswaterstaat en de programma iCentrale hetzelfde?
Nee, er zitten fundamentele verschillen in de aanpak en oplossingen.

Wat zijn de grootste verschillen tussen het CHARM en iCentrale programma?

  1. Het CHARM programma is alleen van Rijkswaterstaat. Het iCentrale programma is een samenwerking van 6 overheden, namelijk: Provincies Noord-Holland, Utrecht en Flevoland en gemeentes Almere, Den Haag en Rotterdam en het ministerie van Infrastructuur en Milieu (programma Beter Benutten).
  2. Rijkswaterstaat wil graag een infrastructuur aanleggen dat door hun mensen bedient wordt. iCentrale gaat meer uit van een dienstverlening waarbij er afhankelijk van het ambitieniveau van de overheid meer of minder aanbesteed kan worden (kan ook een groeimodel zijn). Dus iCentrale vraagt om diensten van de markt en CHARM is een software oplossing voor de vervanging van bestaande systemen.
  3. CHARM gaat in eerste instantie over 1 domein namelijk droge verkeersmanagement en na afloop van de implementatie zal gekeken worden of het tweede domein, namelijk tunnels toegevoegd kan worden. De iCentrale zal meteen gereed zijn om 6 domeinen bestrijken. Uiteraard kan men, afhankelijk van het ambitie niveau en het groei model van de klant, ervoor kiezen om 1 of meerdere domeinen te nemen.
  4. CHARM zal een groot aantal bestaande systemen (30 á 40) vervangen door één systeem. Het concept van de iCentrale is dat de huidige systemen werken en heeft geen doel de huidige systemen te vervangen. Er komt een bedieningslaag bovenop die reageert op triggers van de huidige systemen.
  5. Doel van iCentrale is het flexibel op de markt zetten. Met als eindbeeld dat private partijen de centrales beheren over meerdere domeinen en meerdere klanten om efficiëntie te bereiken. Waar de scheidslijn wat van de (locale) overheid is en wat van de dienstverlener kan zelf bepaald worden.
  6. De bedien filosofie van CHARM en de iCentrale is principieel verschillend. CHARM is gebaseerd op continue monitoren van wegen middels camera’s. iCentrale is gebaseerd op werken via triggers. Dus als er een handeling plaats moet vinden dan wordt de juiste applicatie voorgeschakeld met de juiste beelden.
  7. CHARM is de vervanging van een groot aantal applicaties (30 á 40) en iCentrale is een nieuw concept van dienstverlening op meerdere vlakken. iCentrale vervangt geen bestaande applicaties.

Zijn er ook overeenkomsten tussen het CHARM en iCentrale programma;
Beide programma’s zijn er op geënt om flexibel de bediening tussen de centrales te bewerkstelligen. Dat wil zeggen dat objecten, camera’s, etc. niet meer “hard” aan één centrale gekoppeld zijn, maar ook toegankelijk vanaf andere centrales.

Doet Rijkswaterstaat ook mee aan het programma?

Als risico wordt soms aangegeven dat Rijkswaterstaat (en de gemeente Amsterdam) niet actief deelnemen in het programma iCentrale. Dit is in dit stadium een bewuste en op zich logische keuze. Zowel Amsterdam als Rijkswaterstaat hebben aangegeven ‘het gedachtengoed’ van het programma iCentrale te ondersteunen en (h)erkennen dat dit de richting is die centrale bediening op gaat, en dat dit ook geldt voor hun eigen organisatie(s).

Deze eigen (RWS-)organisatie richt zich momenteel, mede door de omvang, veelheid en redelijke diversiteit die centrale bediening hierin heeft, echter eerst op het ‘oplijnen’ van centrale bediening binnen de eigen organisatie middels o.a. het programma CHARM. Vanuit deze positie kan vervolgens een transitie als in een iCentrale worden ingezet. Met Rijkswaterstaat (en gemeente Amsterdam) is hierover is Fase 0 en Fase 1 veelvuldig contact en overleg geweest op HID- en bestuursniveau en het programma iCentrale. In de huidige Fase 2 is overleg structureel op gezette tijden voortgezet. Er vindt met regelmaat kennisdeling en overleg in gezamenlijkheid en aanwezigheid van het Ministerie van I&M/programma Beter Benutten. Alle gebruiksproducten en diensten voortvloeiend uit het programma iCentrale zijn aan het eind van Fase 2 beschikbaar (‘af te nemen door’) voor alle weg- en stadsbeheerders in Nederland, zo ook voor Rijkswaterstaat (en gemeente Amsterdam).

Wat is de Innovatiecentrale; wat zijn de overeenkomsten en verschillen?

De Innovatiecentrale gevestigd in Helmond is een locatie waar partijen hun intelligente mobiliteitsoplossingen voor het domein verkeermanagement (VM) op 2 innovatiedesks kunnen beproeven en ontwikkelen in een real life omgeving: op een echte weg en vooral op een echt netwerk. Zo wordt direct duidelijk wat het effect van de oplossing is in de praktijk. Het gaat dan om mobiliteitsoplossingen bijvoorbeeld aan: nieuwe mobiliteitsservices, systemen, data koppelingen, informatievoorziening, werkprocessen, inregelscenario’s, verkeersgeleiding, in-car technologieën. De Innnovatiecentrale is gericht op Smart Mobility en coöperatief VM. Tevens is er een innovatielab voor onder meer netwerken, brainstormen, serious gaming en het geven van demo’s.
Naast de 2 innovatiedesks bevinden zicht in een andere ruimte, maar hetzelfde gebouw en etage de reguliere Verkeersmanagementcentrale Zuid Nederland (VMC ZL) en Missie Kritieke Ondersteuning (MKO 24/7) van Rijkswaterstaat. Vanuit de VMC wordt het (reguliere) verkeer gemanaged. Er is een koppeling op tussen de innovatie desks en RWS is eigenaar van de Innovatiecentrale een initiatief van RWS, Provincie Brabant, Conneting Mobility en Automotive NL.

Het programma iCentrale gaat over 'slim combineren en integreren' van mobiliteit en veiligheid over 6 domeinen waarbij er diensten ontstaan op het gebied van ‘Mobility, Safety and Smart Centres’. De domeinen betreffen het bedienen en bewaken van tunnels, het op afstand bedienen en bewaken van bruggen en sluizen, het uitvoeren van operationeel en tactisch verkeersmanagement, het uitvoeren van stadstoezicht en -beheer, het organiseren van crowdmanagement en/of cameratoezicht, het verzorgen van parkeerbeheer. Het programma iCentrale is een initiatief van 13 private partijen en 6 decentrale weg- en stadsbeheerders (DCO's) die daarvoor een publiek privaat partnerschap hebben ondertekend. Het programma is gericht op (creëren van) adaptief vermogen van weg- en stadbeheerders. Dit wordt bereikt door buiten bestaande kaders te denken en te werken in gezamenlijkheid en gelijkwaardigheid. Het programma iCentrale beschikt over een 20 tal Living Labs door heel Nederland om de ontstane gebruiksproducten (uit de 40 inhoudelijke projecten) en de diensten te testen opdat decentrale weg- en stadsbeheerders kunnen zien en ervaren hoe, en of diensten werken. De oplossing is eigendom van iedereen in dit geval voornamelijk deelnemende private partijen, en soms DCO's.

Er vindt geregeld overleg plaats tussen de managers van de Innovatiecentrale en het programma iCentrale, w.o. het ontwikkelen van een de ‘Smart Mobility Test Embassy’ als instrument om de Nederlandse test- en demo faciliteiten internationaal te representeren. De Smart Mobility Test Embassy wordt gefaciliteerd en gerepresenteerd door Connekt.